door Rejo Zenger

Tweede Kamer mag niet negeren dat politie de wet negeert

De politie overtreedt al zeven jaar vrijwel elke norm uit de wet die regelt hoe zij met gevoelige gegevens van burgers om moet gaan. In zijn reactie daarop geeft de minister van Veiligheid en Justitie aan dat de politie dat de komende paar jaar ook nog wel zal blijven doen. De Tweede Kamer moet de minister ter verantwoording roepen.

Nu de minister het rapport aan de Tweede Kamer heeft gestuurd staat het document voor morgen op de agenda van een procedurevergadering. Tijdens zulke vergaderingen besluit de Tweede Kamer wat ze wil doen met alle ingekomen brieven, beslist ze over werkbezoeken en bepaalt ze hoe de behandeling van wetsvoorstellen zal verlopen. Freedom Inc vindt dat de Tweede Kamer morgen twee dingen moet doen.

In de eerste plaats moet de Tweede Kamer de minister ter verantwoording roepen in een overleg.1 Het is niet te begrijpen dat een wet over zo’n belangrijk aspect van het politiewerk al sinds het van kracht worden ervan 7 jaar geleden (!) vrijwel volledig door de politie wordt genegeerd. En het is al helemaal niet acceptabel dat de minister aangeeft dat de politie dat de komende jaren ook nog wel even zal blijven doen. Dat geldt al helemaal nu de minister voornemens is de bevoegdheden van de politie enorm uit te breiden, met als gevolg dat die de beschikking krijgt over alleen maar nog meer gevoelige gegevens van burgers.

In de tweede plaats is het belangrijk dat de minister gedwongen wordt om aan te geven wanneer hij van plan is dat de politie wél alle normen van de Wet politiegegevens naleeft (en bij voorkeur gebeurt dat op het niveau van de individuele normen.) De minister verbindt zich in zijn brief aan vrijwel geen enkel toetsbaar moment, maar bouwt hij bijzonder veel ruimte in.2 In zijn brief geeft de minister aan dat de korpschef uiterlijk 1 maart een verbeterplan moet opleveren. De enige eis die hij op dit punt daar aan stelt is dat het plan “voor elke maatregel een duidelijk tijdpad” bevat. De Tweede Kamer moet afdwingen dat die “tijdspaden” kort zijn en bovendien publiek bekend – want alleen dan kan gecontroleerd worden of de minister nu echt zijn best doet of toch maar blijft aanmodderen.

 


  1. Idealiter beslist de Tweede Kamer dat hier een eigen “algemeen overleg” voor nodig is, zodat het onderwerp niet ondersneeuwt te midden van andere onderwerpen. 

  2. “Realisme is daarbij op zijn plaats. Het zal jaren duren voordat alle genoemde knelpunten zullen zijn opgelost.“