door Rejo Zenger

Proef politie met bodycams gedoemd te mislukken

Elke wetenschapper weet: zonder een heldere vraagstelling gaat een onderzoek nooit wat zinnigs opleveren. Dat is dan ook precies de reden waarom de proef met bodycams bij de Amsterdamse politie zal falen.

Een solide experiment vereist een solide opzet

Je kunt van alles van het gebruik van bodycams door de politie vinden. Maar voor onderbouwd en afgewogen oordeel is het belangrijk om de werking van een bodycam goed te doorgronden. Die kennis is er op dit moment nog niet, zo concludeerde een onderzoeker die in opdracht van de politie een literatuuronderzoek deed. En hoewel de politie al twintig jaar bodycams gebruikt, gaat de Amsterdamse politie binnenkort een pilot beginnen. De burgemeester stuurde recent een beschrijving van de proef van de politie en een begeleidend schrijven aan de gemeenteraad.

Om de effecten van een bodycam goed te meten, moet die pilot doordacht zijn ingericht. Alleen dan kan achteraf op wetenschappelijk verantwoorde wijze solide conclusies over de effectiviteit worden getrokken. Doet de politie dat niet, dan is de bodycam straks wél in gebruik, maar zonder dat helder is of het wel oplevert wat de politie gelooft en belooft. En als de bodycam wordt ingezet, dan moet daar goed doordacht beleid aan ten grondslag liggen. Want als een ding wel al helder is: de bodycam kan heel gemakkelijk in het nadeel van de burger werken.

Een solide experiment en doordacht beleid kunnen alleen geformuleerd worden als je weet wat je wilt bereiken met het experiment. Logisch. Het is daarom uiterst verontrustend dat de politie en de burgemeester elk hun eigen doel hebben geformuleerd voor de aangekondigde experiment.

Politie en burgemeester hanteren elk eigen doelstelling voor pilot

De Amsterdamse burgemeester noemt “de veiligheid van de politieagent, en in het bijzonder die op de basisteams, het uitgangspunt voor deze pilot.” Iets verderop in de notitie heeft Van der Laan het over de bodycam “als veiligheidsmiddel voor het personeel”. Oftewel “een extra middel […] waardoor situaties niet uit de hand lopen dan wel betrokkenen zich gedisciplineerd gedragen.” Maar een bodycam zal niet, of niet altijd, of niet zomaar, geweld tegen agenten voorkomen. Dat is zeer afhankelijk van de wijze en het moment van inzet van de bodycam. Iemand die stijf van de drugs staat laat zich niet weerhouden door een bodycam, om maar iets te noemen.

Hoewel de politie in haar beschrijving van de pilot de doelstelling van de burgemeester ook wel even noemt, wordt uit alles duidelijk dat zij onder de streep een andere doelstelling hanteert. De politie wil evalueren op “de veiligheidsbeleving [van de agent] en de gebruikte techniek”. Het veiligheidsgevoel van de agent is heel iets anders dan zijn daadwerkelijke veiligheid. En hoe goed de beschikbare technologie eigenlijk functioneert is weer heel iets anders.

Niet alleen is het doel van de zogenaamde proeftuin diffuus, ook ontbreekt het aan een doordacht beleid. Het document waarin de politie de pilot beschrijft stelt dat “juridische afstemming met onder andere het Openbaar Ministerie […] tot op heden nog niet haalbaar is gebleken.” De Nationale Politie heeft “een tijdelijk concept inzetkader aangeboden.” Dat kader is dus zowel “tijdelijk” als “concept” maar vormt desondanks “de basis voor het inzetkader voor de pilot” in Amsterdam.1

Proef bodycam niet alleen ondermaats, maar ook duur

De politie spreekt over een beperkte pilot. Maar met een proef die anderhalf jaar duurt en waarvoor een kwart miljoen euro is gereserveerd, is van “beperkt” geen enkele sprake. Sowieso is van een proef geen sprake als je je bedenkt dat de politie al twintig jaar bodycams gebruikt. Dat zou op zich dan misschien nog wel te verteren zijn, als de politie tenminste nu wel solide onderzoek naar de voor- én nadelen van de bodycam doet en daarbij een doordacht en uitgebalanceerd beleid toepast. Aan beide schort het voorlopig.


  1. Het is ook niet openbaar, want slechts een concept. Of, om in termen van de Wet openbaarheid van bestuur te spreken: het is nog geen vastgesteld document. Of om weer anders te zeggen: het is nog geen vastgesteld beleid. De Amsterdamse politie baseert haar beleid dus eigenlijk op niet-bestaand beleid.