door Rejo Zenger

Politie gaat zichzelf in de voet schieten – met bodycams

Terwijl de politie nog niet klaar is voor grootschalige proeven met de inzet van bodycams, kunnen Amsterdamse politieagenten vanaf maandag de camera’s weer op het uniform dragen. Dat is gewoon onverantwoord.

Vorig jaar bleek uit op verzoek van Freedom Inc openbaar gemaakte documenten dat de politie bodycams veelvuldig inzet, maar geen idee heeft waar en hoeveel precies. Bovendien ontbreekt het aan doordacht beleid en “een eenduidig beeld [bestaat] waar bodycams effectief zijn en waar niet of welke ongewenste effecten er aan kleven en hoe daar mee om te gaan.”

Naar aanleiding van Freedom Inc’s onderzoek beloofde de Nationale Politie beterschap. Voor het einde van het jaar zou de politie met een landelijk gedragen en doordacht “handelings­kader” komen. De politie zou ook niet meer experimenteren zolang ze niet goed had nagedacht over belangrijke vragen zoals het moment waarop de camera’s aan of uit moet staan. Beide toezeggingen komt de politie niet na. Hoewel dat landelijke beleid er meer dan een half jaar later nog altijd niet is, begint de eenheid in Amsterdam wél met een experiment.

En van een experiment kun je toch eigenlijk ook niet echt spreken. De politie zette twintig jaar geleden voor het eerst bodycams in. In de tussenliggende periode gebruikte de politie min of meer stelselmatig bodycams. Elke keer was het weer een nieuwe experiment. En als het niet zo heette, dan heette het wel een proef, of een proeftuin, of een test, of een open field lab, of een pilot. Maar al die tijd voldeed geen van die experimenten aan de eisen die gelden voor een wetenschappelijk verantwoord onderzoek met als gevolg dat de evaluaties “geen conclusies over causaliteit over de effecten van de bodycams [dulden].” Of dat nu anders gaat zijn?

En er valt nu al genoeg aan te merken op het experiment in Amsterdam. Ze wil zo graag aan de slag met deze camera’s dat ze blind is voor de realiteit. Wie het plan van aanpak snel doorleest, raakt snel overtuigt van de camera’s. Maar de politie misleidt de lezer: één onderzoek werd twee keer aangehaald en liet belangrijke vragen onbeantwoord, één onderzoek voldeed niet aan de eisen om wetenschappelijk verantwoord te kunnen noemen en het laatste onderzoek was op het moment van schrijven nog niet eens afgerond. Nog zo’n zorg: de burgemeester, die de baas van de politie is, noemde een ander doel van de proef dan de politie zelf.

En dat betekent dat in ieder geval de burgers, en mogelijk ook politieagenten en de politie zelf, aan het kortste eind trekken. De Amsterdamse diensten zijn geïnstrueerd om de camera aan te zetten als de situatie escaleert. Dat is leuk en aardig, maar daarmee zijn de tien minuten context die aan het opstootje vooraf gingen niet opgenomen. Leg dan maar eens uit dat die agent toen écht onredelijk was. En waar een politieagent in een split-second heftige beslissingen moet nemen, kan zijn leidinggevende gerust een keer of dertig de beelden terugkijken. Leg het dan nog maar eens uit dat het trekken van het wapen de juiste beslissing was. Ook is het wachten op de eerste Van Rey-bodycam, de bodycam die “natuurlijk per ongeluk” niet aan stond toen de agent volgens omstanders ongerechtvaardigd geweld gebruikte.