door Rejo Zenger

De politie wil alles weten, voor jouw veiligheid

Intern visiedocument schetst landelijk dekkend netwerk van sensoren

De politie wil een landelijk dekkend netwerk van sensoren optuigen. Of je nu online een rugzak en hogedrukpan bestelt, op de snelweg iets langer dan nodig links blijft rijden of rent om de laatste trein te halen, het moet allemaal waargenomen gaan worden. Met het netwerk moet de politie uiteindelijk kunnen “proactief acteren”. Straks beslist het systeem over het lot van het individu.

De vis die je in het schap van de supermarkt vindt, is gevangen uit een school vissen in de zee die door vissers gelokaliseerd werd met een radar. Als je de vis afrekent wordt verpakking samen met je andere boodschappen, gescand. Betalen doe je met je betaalpas. En toen je de auto parkeerde, heb je het kenteken van je auto in de automaat moeten intikken. Allemaal waarnemingen. En de systemen die die waarnemingen doen worden sensoren genoemd.

Ook de politie vindt de enorme groei aan sensoren in onze maatschappij interessant, blijkt uit een gelekt visiedocument.1 Het gebruik ervan maakt “dat het menselijke waarnemingsvermogen (en zoekvermogen) gericht wordt ondersteund met behulp van technologie.” Op korte termijn wil de politie de sensoren inzetten om je te kunnen identificeren, om te bepalen wie je vergezelt of wat je bij je hebt (“onderkennen van relaties”), herkennen wat je doet (“herkennen van gedragingen”) en het onderscheppen van communicatie.

Door de inzet van sensoren “is de politie in toenemende mate in staat om geautomatiseerd (complexere) waarnemingen te verrichten”. De politie kan de waarnemingen gebruiken om bij een controle alleen de onverzekerde automobilisten langs de kant te zetten. Maar gegevens over een langere tijd kunnen gebruikt worden om “geautomatiseerd hotshots te benoemen”, waarop gericht een actie gepland kan worden. De politie ziet ook mogelijkheden om “gebeurtenissen in de nabije toekomst te voorspellen” om “proactief te acteren”. De strafbare feiten voorkomen voordat ze worden gepleegd. Je weet wel, dat wat Tom Cruise bijna opbrak.

De politie wil nu dus een landelijk dekkend netwerk van sensoren. Dat wil ze bereiken door de netwerken van sensoren aan elkaar te koppelen. Dat zal dan vooral gaan om de netwerken van private bedrijven, waaruit de waarnemingen naar de politie moeten gaan vloeien. “De vraag is niet of [die twee] gekoppeld moeten worden, maar hoe.” Natuurlijk moeten ook de netwerken met sensoren van andere overheidsdiensten gekoppeld worden. Daar waar het juridisch te gevoelig ligt om netwerken structureel te koppelen, moeten gegevens op incidentbasis worden uitgewisseld.

Dat zo’n landelijk dekkend netwerk van sensoren voor de politie onbetaalbaar zou zijn hoeft geen belemmering te zijn, schrijven de visionairs van de politie. Door het koppelen met de netwerken van private bedrijven wordt “de financiering van het sensorweb […] (deels) overgenomen door private bedrijven.” Het sensornetwerk wordt verder vergroot door het aansluiten van de netwerken van andere overheidsdiensten, zoals gemeenten en Rijkswaterstaat. De overheid hoeft zich dan alleen te beperken tot die sensoren die niet al door het bedrijfsleven zijn opgehangen.

Omdat mogelijk te maken “investeert de politie in politiek en wetgeving”. Het is het “van belang dat de politie haar wensen actief onder de aandacht van de politiek brengt.” Verder wil de politie investeren in het “integreren van onze politiesystemen met die van de wereld om ons heen.” En “gelijktijdig moet gestart worden met de langere termijn oplossing: het ontwikkelen en stimuleren van samenwerkingsvormen, waaronder publiek-private samenwerking.”

Documenten


  1. Het document is opgesteld in 2011 en is “in de lijn” en “wacht op vaststelling”, zoals dat in bestuurlijk Nederlands heet. Met andere woorden: de politie heeft haar visie beschreven, maar de leiding moet nog met een handtekening vastleggen dat het dat ook echt is.