door Rejo Zenger

Anonimiseren beelden bodycam is best lastig

De politie publiceert regelmatig beelden gemaakt met bodycams om op die manier inzicht te geven in haar werk. Maar de politie doet veel te weinig om de vrijheid van mensen die in beeld zijn te beschermen.

Politie piept identificerende details in filmpjes

De Rotterdamse politie publiceert wekelijks nieuwe filmpjes die deels zijn geschoten met een bodycam. Het YouTube-kanaal PRO24/7 is met meer dan 50.000 abonnees populair. Het publiek van veel van de filmpjes is zonder twijfel een stuk groter, omdat de beelden vaak ook op andere sites worden herplaatst. En natuurlijk is de privacy is gewaarborgd, als je het de politie vraagt.

Het is vervelend voor een betrokkene, zoals het slachtoffer, de verdachte of een omstander, om herkenbaar in beeld te komen. De filmpjes die de politie online zet worden daarom, zo zegt de politie, eerst geanonimiseerd. Zo stelt de politie in een evaluatie van het project: “de buitenzijde van de woning mag niet herkenbaar zijn, zodat deze direct aan de identiteit van een verdachte of betrokkene kan worden gelinkt.” Een officier van justitie wordt in hetzelfde rapport geciteerd: “Een ander leerpunt vond ik de afstemming met de […] slachtoffers en het opletten dat ook hun privacy gewaarborgd is, iets waar we in de casus van de noodhulpverlening / reanimatie […] tegenaan liepen.” Dat was 2014.

En daarom zijn in de meeste video’s die de politie publiceert de namen van betrokkenen, huis­nummers en kentekens van auto’s geblurred. Als in het begin van een filmpje ook te horen is dat de surveillerende agenten een melding vanuit de meldkamer krijgen, worden het huisnummer en andere identificerende gegevens “gepiept”. De vraag is natuurlijk: als het doel inderdaad het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen is, is dit voldoende?

Goed anonimiseren vraagt veel schrappen

Neem bijvoorbeeld dit filmpje, van twee agenten die afgaan op de melding van een mevrouw die in een huis op de grond ligt en erg benauwd is. Je ziet dat hier gedaan is wat de politie denkt dat nodig is: in de melding vanuit de meldkamer is het huisnummer gepiept, het huisnummer op de garagedeur en het kenteken op de auto op de oprit zijn geblurred. Wat je wél hoort is de straatnaam “Stad en Landschap” en een plaatsnaam die moet eindigen op “impen”. De video is van de politie in de regio Rotterdam, dus de plaats moet wel Krimpen aan de IJssel zijn. Voor wie twijfelt zijn er ook nog andere manieren: het Kadaster heeft een website waar je op straatnaam kan zoeken en er blijkt maar één enkele straat in Nederland te bestaan die “Stad en Landschap” heet.

Hoewel het niet de meest handige straat is, kost het toch niet al te veel moeite om in Google Streetview te achterhalen welk huis het precies gaat. Het huis heeft een vrij specifieke gevel, er staat een typische grijze pot voor de deur en een opvallend balkon. En ook niet onbelangrijk, de scenes waarin het slachtoffer door de brandweer wordt “afgehesen” laten ook nog eens wat van de omgeving zien. Een smal straatje met bij de uitrit van het huis een bochtje. Het huis is dan ook snel teruggevonden. En hoewel het juiste huisnummer niet in Google direct zichtbaar is, is dat wél het geval in OpenStreetMap.

En met die combinatie van straatnaam en huisnummer is ook meteen te achterhalen wanneer de bewoonster door de hulpdiensten gered is. De oproep aan de brandweer om te assisteren bij het uit huis tillen van het slachtoffer is makkelijk te achterhalen omdat dit soort meldingen ook online staan.

Als dit niet genoeg is, wat dan wel?

De bovenstaande analyse kost iemand met een beetje handigheid minder dan een half uur. Het is dan ook veilig te concluderen dat de moeite die de politie neemt om de privacy van de betrokkenen te beschermen, ruim onvoldoende is.

Wat zou wel voldoende zijn? Dat is best lastig. In het bovenstaande filmpje had onder meer de straatnaam niet in beeld kunnen zijn. Maar dat is niet genoeg: het huis heeft een vrij herkenbare gevel. Zonder straatnaam is het lastig die terug te vinden, maar niet onmogelijk. Een paar jaar terug vroeg ik mijn volgers op Twitter waar een foto van een oprit gemaakt was, zonder een idee te hebben waar de foto genomen was. Een maand later gaf iemand mij het antwoord – het had hem twee nachtjes zoeken gekost. Daarnaast zijn er in de video tal van andere identificerende objecten in beeld, zoals de grote plantenbak bij de entree. Dat had de politie allemaal moeten blurren had ze de betrokkenen echt willen anonimiseren.

En dus: als de politie betrokkenen écht anoniem in beeld wil brengen, dan kan ze beter stoppen met het publiceren van dit soort filmpjes. Want zelfs als de politie ervoor zou kiezen om enkel de beelden van in de woning te tonen, dan is dat interieur voor een beperkte groep mensen nog altijd herkenbaar. En omdat stemgeluid ook tot herkenning kan leiden, zou je dat ook moeten weghalen. En als meerdere mensen tegelijkertijd praten kan dat eigenlijk niet zonder al het geluid weg te halen.

Deze problematiek speelt niet alleen bij publicatie van de beelden. Je hebt als burger immers ook het recht op inzage in de gegevens die de politie van je heeft – waarbij ze ook rekening houdt met de bescherming van de vrijheid van anderen. Bij het inzage geven in een aangifte is dat niet al te complex, maar bij beelden van een bodycam is dat toch moeilijker. Hoe geeft de politie je inzage, als daarop ook anderen te zien zijn?